Een nieuwe vorm van verbondenheid
In 2017 overleed mijn oudste zoon Niels, op zesjarige leeftijd.
Lange tijd hield ik me vast aan zijn kleren en spullen. Ze waren een tastbare manier om hem dicht bij me te houden. In de stoffen, de vormen en de vertrouwde kledingstukken zat iets van zijn aanwezigheid. Ik was nog niet klaar om daar afstand van te doen.
Met de jaren kreeg zijn overlijden steeds meer betekenis. Niet omdat het verdriet kleiner werd, maar omdat ik stilaan mijn eigen betekenis kon geven aan wat er was gebeurd. Op een bepaald moment voelde ik dat ik klaar was voor een verandering in mijn relatie met hem.
Ik haalde zijn spullen opnieuw tevoorschijn en begon te kiezen. Sommige dingen bleven zoals ze waren. Andere stukken kregen een nieuwe bestemming. Met een deel van zijn kleding begon ik te weven.
Het moment waarop ik de moed vond om zijn echte kleren uit elkaar te halen en te verknippen, was intens. Het voelde als loslaten — maar tegelijk ook als opnieuw vastnemen. Niet meer zoals vroeger, maar in een nieuwe vorm.
Wat ooit zijn kleding was geweest, werd een kunstwerk. De stof verloor zijn oorspronkelijke vorm, maar niet zijn betekenis. Integendeel: door te transformeren, kon ik er op een andere manier mee verbonden blijven.
Het werd voor mij een proces van loslaten en
opnieuw in schoonheid terug vastnemen…
Mijn verhaal